Variabele Aslast Compensatie op naloopas

Om een optimale aslastverdeling van het voertuig te waarborgen en tevens veilig te kunnen rijden heeft WVT de Variabele Aslast Compensatie (VAC) ontwikkeld.

De verhouding tussen de aslasten op de verschillende assen wordt computergestuurd geregeld, afhankelijk van de totale belading. Bij geringe belading betekent dit toch een maximale tractie en voertuigcontrole, bij volle belading is de wettelijke aslast gewaarborgd. Het systeem regelt dit voor u.

[nggallery id=23]

Bij conventionele naloopassen ligt de verhouding tussen de aslasten van de verschillende assen vast. Dit kan problemen geven met de tractie en voertuigcontrole, met name als de as verder dan 1.40 mtr achter de aangedreven as staat. Tevens kan het zo zijn dat de aslast van de naloopas boven het toegestane wettelijke maximum uitkomt, wat bij een controle een forse boete kan opleveren.

De Variabele Aslast Compensatie regelt de verhouding tussen de aangedreven as(sen) en de naloopas en houdt daarbij rekening met de belading van het voertuig. Indien een voertuig gering beladen is, herkent de computer dit en zal de naloopas minimaal belast worden. Daarmee blijft het contact met de weg van de aangedreven as(sen) maximaal en blijft het voertuig goed controleerbaar.

Bij een maximale belading zorgt de VAC ervoor dat de aslast van de naloopas niet boven de wettelijke aslast uitkomt. De regeling is zo ingesteld dat de verdeling over de assen wordt geoptimaliseerd zonder de wettelijke aslast op de bijgeplaatste as te overschrijden.

De VAC herkent de momenten waarop de aslastverdeling aangepast moet worden. Dit betekent dat de verhouding op dat moment door het systeem automatisch wordt aangepast. U hoeft hiervoor niets te regelen of in te stellen.

Een voorbeeld:

Een voertuig waarop dit principe is toegepast wordt is een 10×4 mixerchassis. Dit is een 10×4 met gestuurde naloopas. De VAC zorgt ervoor dat de aslast van het aangedreven tandem gemeten wordt en aan de hand van deze tandembelasting de bijgeplaatste as belast wordt. Bij een geringe belading (leeg voertuig) zal de bijgeplaatste as minimaal meedragen, er zo voor zorgend dat het aangedreven tandem zijn tractie volledig behoudt. Bij deellading zal de naloopas in een verhouding gelijk aan de wettelijke aslast mee dragen (19:10 = wanneer er 19 ton aslast op het tandem aanwezig is, zal de aslast op de bijgeplaatste as 10 ton zijn). Bij een volledige belading zal de aslast van de bijgeplaatste as begrensd zijn op het wettelijke maximum + 10% = 11.000 kg. De overige lading zal over het aangedreven tandem verdeeld worden.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.